Wat is zweefvliegen?

Haast geruisloos met je zweefvliegtuig door de lucht klieven. Urenlang boven blijven, hierbij enkel gebruik maken van de natuurkrachten. Dat is zweefvliegen!

Stel je voor: samen met een paar buizerds door de lucht cirkelen, soms slechts op enkele meters afstand van elkaar.  De prachtige buizerds in vlucht blijken totaal geen angst te hebben voor je grote witte vogel (zweefvliegtuig) maar beschouwen je als één van hun soortgenoten.
Fictie? Neen, realiteit!  Zelf ooit de sensatie van dit wondermooie schouwspel eens te kunnen meemaken is een fantastische en onvergetelijke ervaring. 

Een meer praktische omschrijving van zweefvliegen is het vliegen zonder motor. Nadat je door een sleepvliegtuig of lier omhoog getrokken bent, wordt de sleepkabel gelost. Vanaf dat ogenblik begint het échte zweven. Je gaat op zoek naar zogenaamde "thermiekbellen". Deze ontstaan doordat de zonnestralen het aardoppervlak opwarmen (convectie). Door straling geeft de aarde dan zijn warmte af aan de bovenliggende luchtlaag.  De opgewarmde lucht kan door diverse oorzaken loskomen van de grond waardoor hij opstijgt. De stijging van deze warmeluchtbellen noemt men thermiek.  Men kan zich thermiek ook voorstellen als een warmeluchtballon zonder omhulsel.

Een zwever zoekt de thermiekbellen op en door erin rond te cirkelen wordt hij mee omhoog getild. Thermiekbellen stijgen ook niet oneindig maar zullen op een bepaald punt ("dauwpunt" genoemd) overgaan in cumuluswolken. Deze wolken zijn in de volksmond beter gekend als bloemkool- of schapenwolken. Zweefvliegpiloten houden van deze wolken. Cumuluswolken betekenen immers thermiek en thermiek is de brandstof voor de zweefvliegers.
Soms worden er geen cumuluswolken gevormd. In zweefvliegjargon noemt men dit verschijnsel "blauwe thermiek".